terug

Geschiedenis

Cembalo Bij oude toetsinstrumenten denken we vaak aan piano's maar er zijn nog oudere instrumenten, zoals het klavecimbel en het clavichord. Daarnaast waren er natuurlijk ook allerlei orgels, maar daar gaat deze website niet zo over. Op een klavecimbel kun je niet hard en zacht spelen. Door de toets in te drukken, tokkelt een pennetje aan een snaar. Vandaar het wat metalige geluid van het klavecimbel. Op een clavichord kun je wel een beetje harder of zachter spelen, maar je moest er wel heel stil bij zijn, anders hoorde je haast niks, want een clavichord kan niet zo hard.

Bartolomeo Christofori uit Italië bedacht een mechaniek waarmee je via een toets een leren hamertje tegen een snaar laat slaan. Hij noemde zijn muziekinstrument een 'fortepiano'. Forte betekent hard, en piano betekent zacht in het Italiaans. Het was een toetsinstrument waar je hard en zacht op kon spelen, wat op een klavecimbel niet kon. Later werd de naam van het nieuwe instrument afgekort tot piano. Bach heeft vlak voor zijn dood in 1750 kennis gemaakt met de piano, maar hij was niet erg onder de indruk. Maar 20 tot 30 jaar later speelde toch haast niemand meer klavecimbel; de piano was intussen veel populairder geworden.

In de zogenaamde Weens Klassieke periode schreven de beroemde componisten veel pianomuziek, bijvoorbeeld Ludwig van Beethoven met 'Fúr Elise'. Maar ook Mozart en Haydn schreven veel pianomuziek.

Piano_mechniek2In de periode na 1850 werden er veel uitvindingen gedaan in Europa. Ook in de piano werd veel verbeterd. Zo vond Sébastien Erard het zgn. dubbel-repetitie mechaniek uit. Hiermee kunnen pianisten heel snel dezelfde toets achter elkaar indrukken. Door het uitvinden van het gietijzeren frame konden de pianobouwers steeds dikkere snaren gebruiken, waardoor de piano steeds harder en voller ging klinken. Door alle snaren in een piano kon er toen al een spanning van wel 20.000 kilo ontstaan op het frame!! Links zie dat een piano uit heel wat onderdelen bestaat. 




Liszt_performing_caricature

In de tweede helft van de 19de eeuw konden componisten en pianisten van al deze mogelijkheden gebruik maken. Later werd ook de pianola erg populair. Een pianola is een gewone piano die bespeeld wordt met behulp van ponskaarten, ongeveer zoals bij een draaiorgel. Er valt natuurlijk heel veel over jazzpiano en jazzpianisten te vertellen, maar dan wordt dit wel een heel lange pagina. 


We gaan dus verder met de nieuwe toetsinstrumenten, namelijk de synthesizers en de keyboards, want aan de piano's is de laatste 100 jaar niet zoveel meer veranderd.

Moog77kleinIn het begin, zo rond 1960/1970 probeerde men vooral met elektronische hulpmiddelen geluid op te wekken. Dat kon erg grappig zijn, en soms ook erg spannend. Maar er kwamen bijna nooit geluiden uit de instrumenten die klonken als gewone 'echte' instrumenten. In de jaren 90 werd de digitale techniek steeds beter. Men gebruikte zogenaamde 'samples'. Dit zijn eigenlijk korte digitale opnames van echte instrumenten. Met allerlei trucjes kunnen deze samples op een slimme manier in toetsinstrumenten worden gebruikt, waardoor je nu best saxofoon of viool op een toetsinstrument kunt spelen. Of kunt drummen. Deze samples hoeven niet meer in een toetsinstrument te zitten. Soms zitten ze in een apart klein kastje, een module, maar nog vaker zitten de geluiden in een softarepakket. Meestal koppel je een toesenbord met MIDI aan zo'n softwaresyntesizer in je computer. Je speelt dan via dat toetsenbord en kiest met je computer welke klanken je hoort. Door het gebruik van de MIDI-standaard begrijpen al die apparaten elkaar. Het gebruik van MIDI is tegenwoordig vaak best makkelijk, maar de techniek erachter kan behoorlijk ingewikkeld zijn!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

E-mailadres: